HET ABC VAN DE OPVOERING

 

Of hoe vermijden we ernstige en soms pijnlijke problemen bij het opvoeren van toneelstukken, opera’s, operettes, musicals of dansproducties?

 

De praktijk wijst uit dat het toch nog niet tot iedereen is doorgedrongen dat voor de opvoering van een auteursrechtelijk beschermd werk  in de meeste gevallen toestemming van de auteur(s), of van zijn vertegenwoordiger, nodig is.  Kennelijk weet ook lang niet iedereen, dat die toestemming tijdig moet worden aangevraagd, omdat men anders in ernstige problemen kan raken.  Het kan een amateurvereniging zelfs de hele productie kosten, als men niet in het juiste tempo de correcte weg bewandelt.  Een verbod tot opvoering is immers gauw op papier gezet, als het moet in minder dan tien woorden : “Wij verbieden u de opvoering van genoemd toneelstuk”.

En daar staat u dan bedremmeld van te kijken ...

Waarom spreken we hier over “in de meeste gevallen” ?  Gewoon omdat de meeste opgevoerde werken geschreven en/of gecomponeerd zijn door auteurs/componisten/librettisten  die nog rechten op hun werk(en) hebben.  En denk  nu niet te vlug : mijn auteur is dood, ik kan mijn gang gaan ... Neen, zelfs als een auteur al jaren het tijdelijke met het eeuwige geruild heeft, kunnen er nog steeds rechten op dat bepaald werk bestaan.  Die rechten zijn dan in handen van de erfgenamen.  Die erfgenamen nemen de plaats in van de overleden auteur.  In dat geval moet u bij hen zijn voor een eventuele toestemming.  Soms ook bij iemand die namens hen deze toestemming regelt.  En als het de erfgenamen niet zijn, dan is het misschien de vertaler.  Want ook de vertaler heeft rechten.  En ook aan die vertaler moet u toestemming vragen voor de opvoering.  Of aan diens erfgenamen ...

Dus, AUTEURS en hun erfgenamen, VERTALERS en hun erfgenamen, BEWERKERS en hun erfgenamen, dat zijn allemaal mensen die u om één of andere reden kunnen verbieden het werk te gaan opvoeren dat u op het podium wil brengen.

 

Eén briefje, één telefoontje, één faxje of één mailtje naar ons auteursbureau kan volstaan om te weten hoe de vork aan de steel zit, wat de opvoeringsrechten van een werk  betreft.  Na selectie van het werk dat u charmeert, zou dat eigenlijk een logische volgende stap moeten zijn.  En wees gerust, als u voor het spelen van een bepaald werk geen toestemming nodig heeft, vertellen we u dat ook meteen.  Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het gaat om een toneelstuk waarvan de auteur langer dan zeventig jaar dood is.  In dat geval is het werk auteursrechten-vrij (ook wel bekend onder de term “publiek domein”)

 

Maar in de meeste gevallen geldt volgend advies : zoek een toneelstuk, musical, operette e.d. uit dat u wat lijkt.  Neem na de keuze van het werk meteen contact op met de instantie die de opvoeringsrechten beheert.  Deze gegevens moeten ondubbelzinnig op de eerste pagina van de betreffende brochure/libretto/tekstboek vermeld staan.  Let op : u mag er nooit van uitgaan dat de instantie waar u de brochures of het muziekmateriaal aankoopt of huurt, automatisch ook de opvoeringsrechten beheert !  Net zomin als dat de situatie van de opvoeringsrechten steeds dezelfde is.  M.a.w., u kan bvb. jaren geleden een bepaald werk hebben opgevoerd, en u wenst dat nogmaals op het repertoire te nemen.  U hebt de brochures van toen nog in uw bezit en u zou daaruit wel eens kunnen afleiden dat de rechten daarom nog steeds beschikbaar zijn.  Die situatie kan ondertussen dus wel degelijk gewijzigd zijn !  Informeer u daarom om alle misverstanden uit te sluiten.

Begin niet met de repetities alvorens toestemming te hebben verkregen.  En wacht zeker niet tot de repetities zijn afgelopen.  Dan kan het immers hopeloos te laat zijn.  En dan zou u wel eens kunnen te maken krijgen met een verbod om het stuk op te voeren.  Bijvoorbeeld omdat er een beroepsproducent is die voor het Nederlandse taalgebied de exclusieve opvoeringsrechten heeft verworven voor uitgerekend dat stuk dat u nu ook net wou gaan spelen ...

 

Het venijn van deze vorige zin zit ’m natuurlijk in het woordje “exclusieve”.  Dat wil eigenlijk niet meer of niet minder zeggen dat alleen die producent de toestemming tot opvoering heeft gekregen.  Kan dat zomaar ?  Inderdaad, dat kan zomaar.  Want de schrijver van het stuk is een vrij mens.  Net zoals u en ik.  Hij kan met zijn werk eigenlijk doen wat hij wil.  Hij kan besluiten om het helemaal niet te laten opvoeren.  Hij kan beslissen om per land maar één bepaalde persoon toestemming tot opvoering te verlenen.  Of hij kan zelfs via zijn vertegenwoordiger(s) besluiten om iedereen die bereid is een bepaald bedrag te betalen, toestemming te geven tot opvoering. 

 

In een notendop ziet het ABC van de opvoering-zonder-problemen er dus als volgt uit :

1.      Zoek een werk uit dat u bevalt.

2.      Tracht meteen na de keuze toestemming voor opvoering te krijgen.

3.      Koop het verplichte aantal brochures en ga niet illegaal kopieën staan draaien.

Let wel dat het aankopen van boekjes of brochures niet automatisch impliceert dat u de opvoeringsrechten hebt verworven, ook al laten bepaalde vermeldingen in sommige publicaties u dit geloven.  Ook hier geldt de stelregel : bij twijfel – navragen !

4.      Respecteer de inhoud van het werk dat u gekozen heeft.  Regisseren betekent niet: het volledig bewerken zodat de auteur zelf zijn werk haast niet meer zou herkennen.  In de auteurswet bestaat er trouwens nog zoiets als het MOREEL recht dat de auteur uitgerekend tegen dat soort ongeremde ingrepen moet beschermen.  Wenst u aanpassingen of veranderingen in de tekst aan te brengen, dan dient u beleefdheidshalve met de auteur of diens vertegenwoordiger vóór de ingreep contact op te nemen om zijn opinie te vragen.  Respecteer zijn/haar beslissing !

5.      Betaal tijdig het verschuldigde bedrag voor de opvoering(en).

6.      Breng het werk met veel enthousiasme en plezier op de planken.

7.      Geniet van het succes.

D2D